Naam: Complex woningen, Bedrijfsruimten en parkeergarage De Torenhof Torenstraat e.o. Den Haag
Type: woningbouwcomplexen; ,bedrijfsruimten; ,parkeergarages;
Opdrachtgever: Bouwfonds Woningbouw Delft
Uitgevoerd: ja
Bestaand: ja
Architecten: Bosch, Th.J.J. (Bosch (Bosch, Th.J.J.)), 1992, 1993; onbekend (Compaan);
Bijdragen: M.J. de Nijs -uitvoering-,
Adres: Vleerplein, Den Haag; Korte Vleerstraat, Den Haag; Torenstraat, Den Haag;
Archiefgegevens: NAi/BOSC 506, 360, 507, 382, 471
Bijzonderheden:

Structuur geven aan een verbrokkeld gebied op het snijvlak van de Haagse binnenstad en de oude woonwijk Kortenbosch. Het was een ontwerpopgave bij uitstek voor Theo Bosch. Het resulteerde in de Torenhof, een project dat opvalt door de rijke variatie van woningtypen in de traditionele combinatie met bedrijfsruimtes. De stedenbouwkundige oplossing bestaat uit het doortrekken van het hoge profiel van de Torenstraat met een gebogen wand die ruimte geeft aan de vrij gelegen Torengarage, een ontwerp van Willem Greve uit 1929. Deze wand geeft luwte aan het achterliggend woonbuurtje dat geconcentreerd is rond een nieuwe hof. Met drie kleinschalige bouwvolumes vond Theo Bosch hier aansluiting op een stadsvernieuwingsproject van het eerste uur van de Haagse architect Jan Ledderhof. De gebogen wand en de drie kleinere bouwvolumes vormen een expressieve architectonische eenheid in vorm en materiaalgebruik. Bosch maakte veel schetsen om die samenhang te bereiken. In eerste instantie werd de gebogen wand voorzien van een silhouet van tonvormige dwarskappen. Uiteindelijk viel de keus op een rechte belijning met een tonvormige langskap, die beter passend werd geacht in het gevelbeeld van de Torenstraat.
De in 1920 aangelegde Torenstraat was ??n van de onvermijdelijke doorbraken van de fijnmazige Haagse binnenstad die Berlage in het Uitbreidingsplan van 1909 had vastgelegd. Het portiekgebouw tegenover de Haagse toren, het Badhuis ernaast en de Torengarage waren beeldbepalende gebouwen van de nieuwe, grotere schaal. Na de sloop van het functieloos geworden Badhuis, de verloedering van de Torengarage en de moeizaam op gang gekomen stadsvernieuwing in Kortenbosch had het gebied in de jaren tachtig een troosteloos aanzien. Als vervolg op de Kampagne Stadsvernieuwing als Kulturele Aktiviteit schreef de gemeente een prijsvraag uit voor dit gebied, waarbij het nabij gelegen zalencomplex Amicitia in de planvorming moest worden betrokken. Een hotelonderneming diende zich aan maar het plan 'de Residentie', voor een hotel met een zalencentrum, stagneerde omdat de ontwikkelaar failliet ging. De gemeente verloor haar vertrouwen in het project, trok de bouwvergunning in en nodigde in 1992 vier projectontwikkelaars uit om met een (door de gemeente goedgekeurde) architect een plan te ontwikkelen voor ongeveer 40 woningen in de marktsector. De verkavelingsopzet en het programma van eisen waren zeer globaal. In het plan moesten in ieder geval eengezinswoningen worden opgenomen, waaraan een schrijnend tekort was in de binnenstad. Alleen het plan van het team Bouwfonds-Theo Bosch kon de gemeente overtuigen. Hiervan werd de eerste fase uitgevoerd. De realisering van de tweede fase -de herstructurering van het Amicitia-terrein door sloop en vervangende nieuwbouw van de niet-historische achterbouw- bleef achterwege en werd later als zelfstandig project uitgevoerd. De door Bosch geprojecteerde ruimtelijke samenhang tussen het gebied rond het Vleerplein en het Amicitia-terrein werd niet gecre?erd.
De gebogen wand aan de Torenstraat is geleed met een hoge plint van winkels waarboven 16 drielaagse woningen (oftewel trisonnettes) zijn gestapeld. De opbouw van de bestaande wand werd daarmee gecontinueerd en door de toepassing van een arcade wordt zonodig beschutting geboden aan voetgangers. Aan de kant van de Torengarage neemt de wand in hoogte af. In de richting van de lagere bebouwing aan de Geest. In dit lage deel van de Torenhof zijn de ingang naar de parkeergarage en serre-appartementen opgenomen. Het achtergelegen woonbuurtje in Kortenbosch is vanuit de Torenstraat toegankelijk via een nieuwe fiets- en voetgangersroute (waarin een poortwoning is opgenomen) die naar het Vleerplein leidt. In het buurtje is een viertal woningtypen toegepast. Het Vleerplein wordt begrensd door twee strookjes met praktijk- en stadswoningen in vier lagen in een robuuste baksteenarchitectuur. De tonvormige dwarskappen accentueren de individuele woning en verlevendigen het rechtlijnige gevelbeeld. Door de tonvorm bereikt de hoogste woonlaag een maximale hoogte van 3.70 meter. De woningen hebben een riant vloeroppervlak waarvan een deel is opgeofferd aan het ruimtelijk effect van een vide tussen de begane grond en de eerste verdieping aan de tuinzijde. Achter de tuinen van de vrij in te delen stadswoningen zijn een strookje atelierwoningen en een strookje city units gesitueerd, met de voorgevels aan de straatzijde.
Het strookje met city units werd in het plan opgenomen toen Bosch tijdens de uitwerking van het ontwerp werd gevraagd, drie extra woningen op te nemen om de grondopbrengst te verhogen. Het resulteerde in het richting Amicitia leidende autovrije straatje met smal profiel omdat er weinig ruimte was voor dit strookje. Om de woningen aan dit straatje voldoende licht en lucht te laten ontvangen schakelde Bosch zowel de atelierwoningen als de city units in de lengterichting. De atelierwoningen zijn voorzien van een verdiept uitgevoerde parterre waarvan een deel werd bestemd als atelierruimte. Door de hoogteverschillen wordt een bijzonder ruimtelijk effect opgeroepen. Tegen de achterzijde van de winkels is bovenop de parkeergarage een gebogen strookje met eveneens in de lengterichting geschakelde free time-woningen gesitueerd.
Net als bij de atelierwoningen en city units is alleen al door de basisvorm de 'standaard-plattegrond' vermeden.
In de jaren vijftig werden in Den Haag Zuid-West maisonnettes gebouwd naar ontwerp van Frits Ottenhof, waarmee de gestapelde, tweelaagse woning in de strokenbouw werd ge?ntroduceerd. Veertig jaar later voegde Bosch met de (drielaagse) trisonnette een nieuw woningtype toe. De trisonnette is een variant op de stadswoning, een type dat vanaf de jaren negentig veel werd gerealiseerd. De stadswoning heeft met vier woonlagen bij gemiddelde beukbreedte een kwart extra vloeroppervlak ten opzichte van de klassieke drielaagse woning. De trisonnette heeft met drie woonlagen bij gemiddelde beukbreedte extra vloeroppervlak ten opzichte van de maisonnette. Heeft de ontwikkeling van de stadswoning de wortels in de stadsvernieuwing, de trisonnette is een vondst van Bosch. Beide typen zijn bedoeld om het (stedelijk) wonen extra kwaliteit te geven. In de Torenhof worden deze drielaagse woningen via galerijen aan de bolle zijde van de wand ontsloten, ter hoogte van de tweede woonlaag. Men betreedt de woningen in het hart op het niveau van de keuken en de eetkamer. Men wordt onmiddellijk geconfronteerd met de ruimtelijke verbinding tussen de eetkamer en daaronder gesitueerde woonkamer, door de toepassing van een vide. De slaapkamers zijn verdeeld over de meer besloten tweede woonlaag. De trisonnettes boven de winkels zijn voorzien van tuinen op de daken van deze winkels. De hierboven gestapelde trisonnettes zijn kleiner omdat de hoogste woonlaag is teruggelegd ten behoeve van dakterrassen. Om de toekomstige bewoners zoveel mogelijk keuzevrijheid te geven, verwerkte Bosch kleine variaties in de plattegronden. Ontwikkeld in een periode dat nieuwe vrije sectorwoningen in het centrum van Den Haag zeldzaam waren, vormde de Torenhof een belangrijke aanzet en bijdrage tot de kwaliteitsverbetering van het binnenstedelijk woonmilieu.

  Literatuur

Illustraties:

Literatuur wordt geladen ...