| Naam: | Herinrichtingsplan binnenstad Hilversum |
| Type: | stedelijke gebieden; |
| Opdrachtgever: | Gemeente Hilversum |
| Uitgevoerd: | nee |
| Architecten: | Bosch, Th.J.J. (Bosch (Bosch, Th.J.J.)), 1990, 1991; Hosper, A., 1990, 1991; Ley, P. de, 1990, 1991, advies-; |
| Adres: | , Hilversum; |
| Archiefgegevens: | NAi/BOSC 257, 258 |
'Hilversum is schitterend, buiten de binnenstad...' constateerden Theo Bosch en de Haarlemse landschapsarchitect Alle Hosper, toen zij in juli 1990 werden aangesteld als supervisors over de binnenstad. Die constatering was niet nieuw. Het centrum van Hilversum is een lappendeken van kaalslaggebieden, dicht bebouwde plekken, gebouwen van totaal verschillende maat en signatuur en een wat chaotische verkeersafwikkeling. Bosch en Hosper zagen onmiddellijk in dat de verfraaiing van het centrum een operatie van jaren moest worden (in plaats van de vier gecalculeerde maanden) en alleen met drastische ingrepen daadwerkelijk zou kunnen worden gerealiseerd.
Vooralsnog kregen zij de opdracht om herinrichtingsplannen te maken voor vijf acute probleemgebieden. De eerste daad die zij stelden was het verwijzen van de in omloop zijnde plannen naar de prullenbak. Zij stemden weliswaar in met de rondweg om het centrum, maar bij de uitvoering ervan moest het aantrekken van extra verkeer worden vermeden. Bosch en Hosper spraken bij voorkeur van een 'parkeerroute'. Hiermee konden bijzondere plekken binnen de route verkeersarm worden gemaakt, zoals de Kerkbrink. Door een gedeeltelijke verplaatsing van de markt naar de her in te richten Groest, kon woningbouw worden gerealiseerd op de Langewenst. Dit was volgens Bosch nodig omdat de opmars van winkelpromenades een bedreiging was gaan vormen voor het wonen in de binnenstad.
Bosch en Hosper stelden voor het Stationsplein in eerste instantie leeg te houden om fouten te voorkomen. Evenwel, tot woede van de oppositiepartij Hilversum 2000, verstrekte de gemeente een projectontwikkelaar de opdracht onderzoek te doen naar de bouw van een kantorenpark op deze nog steeds lege plek.
De politici weifelden. Over de verkeersafwikkeling werd geen beslissing genomen. Er waren teveel alternatieven en er was te weinig geld. De verkoop van een tweede Mondriaan zou te gortig worden. Zo bleef het aandeel van Bosch en Hosper bij het maken van plannen, al hadden die op de langere termijn wel invloed op de aanpak van de binnenstad. Hosper bleef betrokken bij andere projecten in Hilversum.