| Naam: | Gebouw voor Tweede Kamer der Staten Generaal Den Haag |
| Type: | parlementsgebouwen; |
| Opdrachtgever: | Ministerie van Waterstaat |
| Uitgevoerd: | nee |
| Architecten: | Friedhoff, G., 1920; |
| Adres: | Binnenhofcomplex, Den Haag; |
| Archiefgegevens: | NAi/FRIE 1.1 (5 tekeningen) en 2.32 (5 foto's);NA/afdeling Kaarten en Tekeningen |
In 1920 schreef de minister van Waterstaat een besloten prijsvraag uit voor een nieuw gebouw voor de Tweede Kamer. Uitgenodigd om een ontwerp te maken werden K.P.C. de Bazel, H.P. Berlage, Ed. Cuypers, J. Limburg en J. Stuyt, alsmede Rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel die echter vervangen werd door zijn assistenten Bremer en Prent. De minister besloot uiteindelijk de plannen voor nieuwbouw niet door te laten gaan, en genoegen te nemen met een ingrijpende verbouwing die werd uitgevoerd door J.H. Plantenga. Het ontwerp dat wordt toegeschreven aan Friedhoff werd omstreeks 1920 vervaardigd en bestaat uit een zeer ranke hoektoren met sculpturale bekroning op het samenkomen van de lange gevels tussen het Spui en het Binnenhof. Hierachter begint het eigenlijke en drie bouwlagen hoge parlementsgebouw. Kenmerkend voor Friedhoff zijn de 'opgehangen' erkers en de sobere gevelopzet. Het definitieve ontwerp van Bremer en Prent week in opzet af van Friedhoffs ontwerp, maar ontleende er ook enkele elementen aan. De tekening voor Friedhoffs ontwerp werd vervaardigd door J.E. Rademaker. De prijsvraag was controversieel omdat Waterstaat naast particuliere architecten, ook de bureau van de Rijksbouwmeester uitnodigde.