Naam: Hoge Raad der Nederlanden Plein 2 Den Haag
Type: gerechtsgebouwen;
Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst (intern)
Uitgevoerd: ja
Bestaand: nee
Architecten: Rose, W.N. (Landgebouwen), 1850, 1861; Bremer, G.C. (Rijksgebouwendienst), 1929, 1931, verbouwing-; Dam, C. (Dam (Dam, C.)), 1979, 1981, verbouwing en uitbreiding, niet uitgevoerd-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, hoofdtrap-; Kortenbach, C.J. (Rijksgebouwendienst), 1935, 1939, toezicht uitvoering-; Bremer, G.C. (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, ontwerp grote zittingszaal, onderbouw gevel met bo-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, ontwerp balkonhek gevel-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, marmeren bestrating-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, interieur, deuren en banken voorhal-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, bronzen draaihekken, lezenaarconsoles grote zittin-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, interieur, betimmering en meubels kleine zittingsz-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, interieur, betimmering en meubels kamer (sub)griff-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, kamer advocaten, kamers advocaten-generaal, kamer -; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, traphal, hoofdtrap en bronzen traphek-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, interieur, betimmering en meubels bibliotheek-; Hemert, A.A. van (Rijksgebouwendienst), 1931, 1939, klok raadkamer-; onbekend, 1939, klok grote zittingszaal-; onbekend, 1939, klok raadkamer begane grond-; Kurvers, A., 1939, ontwerp podium- en zaalmeubilair grote zittingszaa-;
Bijdragen: V.h. Boele en van Eesteren -uitvoering-, Roland Holst, R.N. -ontwerp incrustatie absiswand grote zittingszaal-, Bouhuys, J. -ontwerp en uitvoering mozaïek omlijsting toegangsd-, Moor, Chr. , de -wandschildering in temperawerf op linnen kleine zi-, Andriessen, M.S. -ontwerp panelen hoofddeur voorhall-, onbekend -glas-en-lood (geometrisch) gangen-, Hofman, P.A.H. -gebrandschilderd glas-in-loodraam hoofdtrap-, Fisher, H. -ontwerp stofbekleding fauteuils, armstoelen en ban-, Fisher, H. -stoelbekleding kamer president-, Fisher, H. -meubelbespanning kamer vice-president-, Fisher, H. -stofbekleding stoelen kamer procureur-generaal-, Fisher, H. -meubelspanning raadkamer begane grond-, Fisher, H. -stoelenbespanning spreek- en werkkamer raadkamer-, Gispen, W.H. -wandlichten voorhall, hoofdtrap, staande lampen op-, Polak, H. -ontwerp tapijt raadkamer begane grond, kamer presi-, Claessen, E.A.P. -ontwerp gordijnen kamer president, kamer advocaten-, Claessen, E.A.P. -wandspanning kamer advocaten, kamers advocaten-gen-, Eisenloeffel, J.W. -ontwerp en uitvoering verlichtingsornament kamer p-, Harnsen (Amsterdam) -uitvoering incrustatie absiswand Grote zittingszaa-, Mutters & zn. (Den Haag) -uitvoering podium- en zaalmeubilair grote zittings-, Linkerhof (Den Haag) -uitvoering betimmering kamer vice-president-, Mijll Dekker, K. van der -uitvoering stofbekleding fauteuils, armstoelen en -, Mijll Dekker, K. van der -uitvoering stoelbekleding kamer van de president, -, Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken Rotterdam -tapijt kamer (sub)griffier-, Pander (Den Haag) -uitvoering zaalstoelen grote zittingszaal-, Nusink (Amsterdam) -uitvoering wandbekleding kamer van de president en-, Gispen International Culemborg -wandlichten voorhall, hoofdtrap, staande lampen op-, Huizinga, J. -uitvoering meubels kamer president, kamer vice-pre-, Huizinga, J. -uitvoering meubels betimmering raadkamer verdiepin-, De Knipscheer (Laren) -uitvoering gordijnen kamer president, kamer procur-, De Knipscheer (Laren) -uitvoering wandspanning en gordijnen raadkamer beg-, De Knipscheer (Laren) -uitvoering wandspanning advocatenkamer, kamers adv-, Mutters (Den Haag) -uitvoering podium- en zaalmeubilair grote zittings-, Winkelman (Amsterdam) -uitvoering bronzen draaihekken en lezenaar grote z-, Het Paapje (Voorschoten) -uitvoering tapijt kamer president, kamer vice-pres-, Schaik en Berghuis (Waddinxveen) -uitvoering deuren voorhal-, Schaik en Berghuis (Waddinxveen) -uitvoering banken antichambre-, Schaik en Berghuis (Waddinxveen) -uitvoering wanden en meubels kleine zittingszaal-, Schaik en Berghuis (Waddinxveen) -uitvoering betimmering raadkamer begane grond-, Schaik en Berghuis (Waddinxveen) -uitvoering tafel bibliotheek, betimmering biblioth-, Kempes Waddinxveen -uitvoering meubels advocatenkamer, kamer griffier,-, Bruynzeel -parketvloer kleine zittingszaal en raadkamer began-, Krommenie -linoleum bibliotheek-, Vredestein (Loosduinen) -loper gangen-, N.V. Hygienische vloeren Amsterdam -kurkparket Expanko in Advocatenkamer-, KVF (Amsterdam) -kroonkarpet advocatenkamer-, KVT (Rotterdam) -tapijt kamer subgriffier en griffier-, KVT Rotterdam -tapijt kamers advocaten-generaal-, Termote, A.P. -beeldhouwwerk (Cornelis van Bynkerhoek)-, Hall, F.J. van -beeldhouwwerk (Ulricus Huber)-, Polet, J. -beeldhouwwerk (Huug de Groot)-, Krop, H.L. -beeldhouwwerk (Simon van Leeuwen)-, Andriessen, M.S. (Haarlem) -beeldhouwwerk (Johannes Voet)-, Wenckebach, L.O. -beeldhouwwerk (Joan Melchior Kemper)-, Gieterij Witmetaal fabriek Loosduinen afd. Kunstgi -beeldhouwwerk (Cornelis van Bynkerhoek)-, Kunstgieterij H.W.Stöxen en zn. (Leiden) -beeldhouwwerk (Huug de Groot)-, Gieterij A.N. Binder (Haarlem) -beeldhouwwerk (Ulricus Huber, Simon van Leeuwen)-, Gieterij Witmetaal fabriek Loosduinen afd. Kunstgi -beeldhouwwerk (Cornelis van Bynkerhoek, Johannes V-, KVT (Rotterdam) -tapijt kamer griffier-,
Adres: Plein 2, 2511 CR, Den Haag;
Archiefgegevens: NA-4.RGD/inv.nr.532,533,1982 (slecht leesbaar),1983 (tekening voor de bouw kelde
Bijzonderheden:

Het gebouw van de Hoge Raad werd omsloten door de statige panden van de ministeries van Koloniën en van Justitie. Om bij deze bebouwing aan te sluiten had de rijksbouwmeester der landgebouwen in de residentie, W.N. Rose (1801-1877), in zijn eerste ontwerptekening een drie bouwlagen hoog pand ontworpen. De eisen van de toekomstige gebruikers, die eigenlijk alleen vertrekken op de begane grond wilden, leidden ertoe dat er een gebouw met maar twee bouwlagen kwam. De bouwperiode besloeg de jaren tussen 1858 en 1862. Het gebouw kreeg een voorgevel met een voorportaal dat was voorzien van vijf smalle, hoge bogen. Door deze gevelcompositie sprong het hoogteverschil met de andere twee gebouwen in het oog.
Deze gevel kreeg felle kritiek en werd spottend als de 'drie stellen wenkbrauwen' betiteld. In het gebruik was het gebouw onpraktisch: in de grote zittingszaal was het 's winters te koud en zomers te warm en de akoestiek was niet goed. Na enkele jaren lekte het gebouw op verschillende plaatsen, de fundering bleek niet stevig te zijn en er was gebrek aan ruimte. In 1881 werden de kosten voor het herstel van het gebouw berekend. Deze waren zo hoog dat rijksbouwmeester C.H. Peters (1847-1932) een nieuw gerechtsgebouw voorstelde, na de sloop van het oude.
Toch kreeg Bremer rond 1929 de opdracht tot verbouwing van het bestaande pand (opdracht nr. 767). Op 13 april 1931 lagen de bestektekeningen en de begroting al klaar, maar het project werd, wegens de economische crisis, op 23 mei door het Ministerie van Financiën stopgezet. Pas drie jaar later kende het Werkfonds geld toe, wat de werkzaamheden eindelijk mogelijk maakte. Het toegestane budget was in het begin ƒ 462.000. De aanbesteding vond plaats in 1935 en de werkzaamheden begonnen in 1937.
Er was meer sprake van nieuwbouw dan verbouwing, hoewel Bremer de plattegrond van Rose aanhield. Bremer veranderde de functie van enkele ruimtes, bijvoorbeeld de vroegere zittingszalen, die nu als bibliotheek werden gebruikt. Andere ruimtes werden aan het gebouw toegevoegd om het toegankelijker te maken voor zowel de medewerkers als het publiek. Bremer liet de conciërgewoning op de eerste verdieping herbouwen. Tenslotte ontwierp hij een nieuwe gevel en een ruimer trappenhuis.
Een belangrijke medewerker van Bremer bij dit project was A.A. van Hemert die vrijwel het hele interieur en de meubilering van het gebouw ontwierp, met uitzondering van de grote zittingszaal die door A. Kurvers werd getekend. Bremer bedankte Van Hemert nadrukkelijk in zijn artikel over de Hoge Raad in het Bouwkundig Weekblad en als teken van waardering kreeg hij de benoeming tot bouwkundig hoofdambtenaar. Van Hemert reisde twee keer naar Italië om speciale steensoorten die voor het gebouw nodig waren, marmer en serpentijn, te zoeken en te bestellen.
De voorgevel van het gebouw werd vrij strak ontworpen: een gladde wand met vijf bogen op een basement. De gevel werd uitgevoerd in een bruine geglazuurde steen van de firma 'de Porceleyne Fles' in Delft en de raam- en deuromlijstingen en de kroonlijst in donker Italiaans travertijn. Ramen en deuren waren uit brons vervaardigd. De oude buitentrap werd vervangen door een bredere, bekleed met de natuursteensoort 'Bois fleuri'. Op het hoogste bordes werden zes beelden van vaderlandse rechtsgeleerden geplaatst. Bremer dacht deze beelden in marmer te laten uitvoeren. Een zeer bijzondere keus, omdat in Nederland geen traditie van marmeren beelden was. Na advies van Van Hemert, die het uitlopen van het brons op de marmeren sokkel als zeer artistiek beschouwde, besloot Bremer toch bronzen beelden te laten maken. Deze werden door de beeldhouwers A.P. Termote (1887-1978), F.J. van Hall (1899-1945), J. Polet (1894-1971), H.L. Krop (1884-1970), M.S. Andriessen (1897-1979) en L.O. Wenckebach (1895-1962) ontworpen. De historicus J. Huizinga, vriend van Roland Holst, werd ingeschakeld voor advies bij deze beeldhouwwerken.
Het interieur werd, zoals het Gouvernementsgebouw te Maastricht, met bijzondere, natuurlijke materialen gedecoreerd. Veel aandacht werd gegeven aan de akoestiek van de grote zaal, waarvan de wanden met sorboliet, een poreuze pleistersoort, werden bekleed. De hal en de grote zaal kregen cassetteplafonds. Evenals bij het Gouvernementsgebouw te Maastricht werden kunstenaars gevraagd om ontwerpen te maken voor de decoratie van het interieur. Het gebouw werd het resultaat van een samenwerking van verschillende kunsten volgens de theorie van de 'gemeenschapskunst', waarvan onder andere Roland Holst een groot voorstander was. De meeste kunstenaars die aan de Hoge Raad werkten, waren leden van de Nederlandsche Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidkunst (VANK), waarvan W.F. Gouwe (1877-1956) destijds directeur was. Chr. de Moor (1899-1981) ontwierp en vervaardigde de wandschildering (Hugo de Groot, omgeven door grote tijdgenoten) van de kleine zittingszaal, in tempera op linnen. De beroemde kunstenaar R.N. Roland Holst werd in het voorjaar van 1936 door Bremer benaderd voor een wandversiering in de halfronde nis van de grote zittingszaal. Hij ontwierp een incrustatie, die in 1938 werd uitgevoerd. De kunstenaar beeldde, na een intensief onderzoek naar historisch passende kleding en attributen, de grote wetgevers van de mensheid af: Napoleon, Mozes, Solon en Justinianus. In het midden werden de symbolen van de rechtspraak afgebeeld: de weegschaal, het zwaard, Justitia en de eed. Daaronder was de uitspraak van Grotius ingegrift: 'ubi judicia deficiunt, incipit bellum'. Het werd het laatste monumentale kunstwerk van Roland Holst, die kort daarna overleed.
Op 30 september 1938 werd het gebouw van de Hoge Raad officieel in gebruik genomen en de werkzaamheden kwamen op 30 september 1939 definitief gereed. In 1963 verscheen nog in de plaatselijke krant van Den Haag Het Binnenhof een lovend artikel over het gebouw en de goede bruikbaarheid. Maar in 1980 rapporteerde de Rijksdienst voor de Monumentenzorg aan de minister dat de kwaliteit van het gebouw dermate was aangetast, dat van monumentaliteit nauwelijks meer sprake kon zijn. In 1989 werd het pand daarom gesloopt. Er werd een werkgroep Herbestemming Kunst Hoge Raad opgericht, met J. Leering als voorzitter (RGD, coördinator beeldende kunst) en verder C.J. van der Peet (Rijksgebouwendienst, adviesgroep Monumenten in Rijksbezit), B. Olsthoorn (Rijksgebouwendienst, adviseur beeldende kunst), G. Hougée (Rijksgebouwendienst projectleider), P.K.A. Pennink (architect), W.J.C.M. van Nispen tot Sevenaer (griffier Hoge Raad) en J.W.M. de Jong (RBK hoofd afdeling Collecties, later vervangen door mevr. E. Hartkamp). De verschillende objecten werden verdeeld over andere gebouwen. Enkele objecten werden in het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer gebruikt, andere werden uitgeleend aan het Vredespaleis en aan de Raad van Adel. De hoofddeur van de voorhal van Andriessen werd gebruikt voor het gebouw van de Rechtbank aan de Sint Jansstraat 81 in Haarlem. Het schilderij van De Moor is, samen met andere objecten, uitgeleend aan de Carnegiestichting en bevindt zich in de ontvangsthal van de Academie voor Internationaal Recht. Andere objecten zijn opgeslagen in het depot van de Instituut Collectie Nederland (INC) in Rijswijk. Een deel van een marmeren wand, door Roland Holst ontworpen, werd in de nieuwe hal van het Tweede Kamergebouw op een oneigenlijke manier verwerkt, convex in plaats van concaaf zoals het was, en neergezet rond een kolom. De zes imposante beelden van de Nederlandse rechtsgeleerden zijn in 1989 herplaatst bij het nietige pleintje van de nieuwbouw van de Hoge Raad aan de Kazernestraat te Den Haag.
Vanuit architectonisch oogpunt was de voorgevel zeer interessant. Bremer schreef hierover dat hij de vijf bogen als herinnering aan de vroegere gevel van Rose wilde behouden. Maar hij onderstreepte daarbij dat de gevel aan de gebouwen van het oude Romeinse forum moest herinneren. Daarom had Bremer de beelden ook in eerste instantie in marmer gedacht. Het pleindeel voor het gebouw werd geplaveid met bijzondere steen in een speciaal patroon, dat voor dat doel door Van Hemert was ontworpen. Het plein veranderde in een forum waar het volk zich zou kunnen verzamelen onder het oog van de zes Nederlandse geleerden. Het lijkt de algemene opvatting dat deze voorgevel op Italiaanse voorbeelden van die tijd geïnspireerd was. De kritiek op het gebouw begin jaren tachtig ontstond doordat het 'toneel effect' van het gebouw aan een nostalgische Italiaanse mise-en-scène van vergane glorie van de jaren dertig herinnerde. Er zijn elementen, de gladde uitwerking, de hoge bogen, het platte dak, de zes statige beelden, die bij het gebouw van de Hoge Raad aan de rationalistische Italiaanse bouwkunst uit die tijd doen denken. Een opmerkelijke en vergelijkbare combinatie van bogen en beelden is bijvoorbeeld te vinden in het project van A. Mazzoni voor een prijsvraag voor het Station van Santa Maria Novella in Florence (1929-1932). Er is een duidelijk verband tussen de Hoge Raad en de ontwikkeling van het moderne classicisme in Europa. Dit modern-klassieke klinkt door in de symmetrie en de verticaliteit en het feit dat de details tot een minimum zijn gereduceerd.
In het interieur, vooral in de voorhal op de begane grond, uitgevoerd in travertijn, vindt men ook de strakke stijl van het Italiaanse rationalisme terug. Bremer kwam bij dit ontwerp door het directe contact met Roland Holst en Van Hemert dichterbij de Italiaanse kunst te staan. De Hoge Raad kan als één van Bremers meesterwerken worden beschouwd.

  Literatuur

Illustraties:

Literatuur wordt geladen ...